Tweede wereld oorlog en voetbal in Aalten.

mei 4, 2020

Vijfenzeventig jaar na de bevrijding zijn we in een vreemd jaar gekomen. De competitie ligt stil en herdenkingen op 4 mei en viering van de bevrijding op 5 mei gaan niet door of worden uitgesteld naar een ander tijdstip.
AZSV is drie jaar na de oorlog, in 1948, opgericht. Je zou denken dat AZSV geen enkele relatie met de oorlog heeft. De waarheid ligt een beetje in het midden. In tegenstelling tot wat velen van ons denken is het zaterdagvoetbal in Aalten niet pas in 1948 ontstaan. In de Graafschapbode van 16 december 1932 wordt al melding gemaakt van de wedstrijd tussen de Christelijke sportvereniging Aalten tegen D.E.S uit Lichtenvoorde. Al jaren eerder is er sprake van een zaterdagvereniging. In het jubileumboek dat AD69 het afgelopen jaar presenteerde verteld Jan Huls dat Blauw-Wit de eerste principiële zaterdagclub van Aalten is met sterren als Kempers van de Grenskoerier, Jan Kappers de bekende muzikant van de Eendracht en koster Joh. Wiggers. Ze hadden hun thuishaven aan de Lohuisweg tegenover het huidige Schepersveld. In voornoemd boek gaat het over 100 jaar voetbal in Aalten en 50 jaar AD’69. Het zaterdagvoetbal komt hierin niet goed uit de verf maar de auteur Hans de Beukelaar geeft ook aan dat door de gekozen omvang en formaat niet doenlijk was om alles en iedereen de revue te laten passeren.
Omstreeks 1953 vertrok een groep voetballers van vv Aalten om op zaterdag te gaan voetballen en fuseerden toen met het al bestaande AZSV. De naam werd toen AZVV. De voetbalbond gaf echter geen goedkeuring aan die naam omdat er in Zeeland ook al een vereniging was met die naam.
Er waren op dat moment dus drie voetbalverenigingen in Aalten: AZSV, vv Aalten en DVOA (Door Vrienden Opgericht Aalten). De spelers van deze verenigingen hadden allemaal bewust de tweede wereld oorlog meegemaakt.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd er gewoon gevoetbald in Nederland en ook in Aalten. Het is mij niet helemaal duidelijk hoe dat mogelijk was.
Want in eerste instantie moesten veel jongeren tussen de 18 en 23 jaar zich melden voor de arbeitseinsatz in Duitsland. Toen de oorlog vorderde werden ook de mannen tussen de 17 en 60 jaar verplicht zich te melden voor graaf en spitwerk en ander werk in Duitsland, heel veel mannen deden dat niet en doken onder. In Aalten zaten veel onderduikers, één op de vijf inwoners van Aalten was een onderduiker. Van heinde en ver waren ze hier ondergedoken. Meestal door bemiddeling van Ome Jan Wikkerink kregen ze hier een schuilplaats. Ome Jan was na de oprichting van AZSV een belangrijk adviserend iemand binnen de vereniging. Bij bouwplannen en uitvoering werd meestal zijn hulp ingeroepen.

Veel spelers van destijds hadden een onderduik of verzetsverleden. Eén van de beste spelers die Aalten ooit gekend heeft was Embert Hogeweg. In de oorlog speelde hij bij Aalten. Ook hij ging hij later voor AZSV spelen en is hier zelfs trainer geweest. In de oorlog speelde vv Aalten in het Olympisch Stadion een voorwedstrijd tijdens het algemene kampioenschap van Nederland tussen de Volewijckers en Heerenveen. Embert Hogeweg durfde die reis niet te ondernemen, bang als hij was om opgepakt te worden voor de Arbeitseinzats. Als we Jan Lankhof in het jubileumboek van AD’69 mogen geloven voetbalde, of liever gezegd keepte, in dat team ook Harrie ten Barge. Volgens Jan Lankhof heeft Aalten nooit een betere keeper gehad dan Harrie ten Barge. Jan Lankhof vervolgt: “ Hij kwam aan het eind van de oorlog tragisch om in een werkkamp in Duitsland (strafkamp Mühlheim am Ruhr) waar hij werd doodgeslagen omdat hij steevast weigerde orders op te volgen”. Hij is begraven op het ereveld in Loenen. Ook bij DVOA viel een oorlogsslachtoffer te betreuren. Een week voor het eind van de tweede wereldoorlog kwam J.H. Tepe om bij het bombardement in de Dijkstraat. Tepe was penningmeester en secretaris van DVOA. Een groot verlies voor die vereniging. J.H. Tepe is begraven op het R.K kerkhof bij het station. Voor zover bekend is waren dat de enige leden van een Aaltense voetbalvereniging die als oorlogsslachtoffers bekend staan.

De eerste trainer van AZSV was Rinus Okken. Hij was een onderduiker uit Utrecht die bij Stronks aan de Varsseveldseweg ondergedoken zat. Hij kreeg verkering met de dochter des huises. Twee broers van Stronks waren op hun beurt weer ondergedoken in Dale en zijn bij het bombardement in Dale omgekomen.
in 1948 was de oprichting van AZSV. Eén van die mannen die daarbij belangrijk waren was Ds Kroneman, tevens was hij de eerste voorzitter van AZSV. Kroneman was in de oorlog dominee in Westervoort. Maar omdat Westervoort geëvacueerd moest worden zat zijn werk er daar voorlopig op. Hij is toen bijstand gaan verlenen aan de spitters in Zevenaar die ook veel uit Aalten kwamen. Ook bemoeide hij zich veel met de mannen die in Kamp Rees onder de meest erbarmelijke omstandigheden moesten werken aan de verdedigingslinie van de Duitsers. Kamp Rees ligt hemelsbreed nog geen 25 kilometer van Aalten en werd bevolkt door 3500 mannen uit Apeldoorn, Haarlem, Den Haag, Groningen en andere plaatsen uit Nederland. Ook Polen, Russen, Roemenen, Fransen en Italianen werden daar uitgebuit en gemarteld. Het kamp kende maar een kort bestaan, van November 1944 tot Maart 1945. Toch vielen er meer dan 300 doden door uitputting en mishandeling. Ds Kroneman is het gelukt om meer dan 250 mannen het kamp uit te krijgen. Hij heeft zich nooit op de borst geslagen met deze feiten. Dat typeerde de eerste voorzitter van AZSV.

 

Met dank aan Gerrit Nijman.